RONDWANDELING

 

Een bank achter de Zendingskerk
is mijn begin en einde. De dodentuin in blad
biedt rust aan deze dolende dichter
die vlinders ziet spelen, een specht hoort lachen.

Ik leg mijn hand in die van Witteveen,
eens dominee, nu ook mijn gids en vraag
of hij vandaag de weg kan vinden in het dorp
dat zijn stempel draagt. Om elke hoek gloort nieuws,

in elke straat klinkt het verleden. Asfalt verving
de karresporen, nieuwbouw voegde beelden toe.
Bezielde stenen in het groen vormen nog steeds
de kern, fluistert de wind. De eerste eikels vallen.

 

Fiet van Beek, 2016

Voorgedragen op 29-10-2016 bij het NMP ter gelegenheid van de presentatie van het wandelboekje Dorpswandeling, waar het gedicht ook in is opgenomen.