BONT

 

Als een molen nou melk gaf,
zwart-wit, roodbruin gevlekt was,
een kalf voorzag van onderdak,
op hoeven liep en werd gekapt,
boe zou roepen en gras at,
leer verwerkte tot een jas,
stamboekvee had, eerste klas,
dan had ik het vast gevat.

Kon een rund met wieken slaan,
met zijn kop de wind in gaan,
hevig onweer wél doorstaan,
maalde het maar iets om graan,
waren er acht kanten aan,
draaiden stenen in zijn maag,
dan viel alles op zijn plaats
en had ik vandaag geen vraag.

Maar na tien jaar,
ben ik het gissen moe;
verras me, verlos me,
vertel me hoe
kreeg onze molen
als naam: De koe?

Fiet van Beek, 2018

In 1990 sloeg de bliksem in en brandde de molen af. Na een inzamelingsactie is molen de Koe sinds 2008 weer beeldbepalend aanwezig in het Ermelose dorpsgezicht. Dit 10-jarig jubileum is de aanleiding voor dit gedicht.